Wilbert Van Broeck, polyvalent en vlug

 

Chocotoffs…

 

Menigeen die op de Boelwerf heeft gewerkt zal onze man in the picture wellicht nog kennen. Aan twee woorden hebben de meesten genoeg om zich deze man te herinneren: sigaretten en Chocotoffs.

Waar Wilbert was, kon je veelal afleiden uit het spoor Chocotoff wikkels. Maar niet alleen dat maakte hem bekend, ook sportliefhebbers zullen zich deze man wel herinneren. Eerst in het voetbal waar hij een rots in de afweer was, later werd hij ook bekend als tennisser om het terughalen van onmogelijke ballen. Aan reactiesnelheid geen gebrek dus.

 

 

Wilbert rechtstaand in het midden met de minivoetbalploeg aan sporthal Temsica.

 

 V.l.n.r.: Walter Vermeulen, Willy Van Eynde, Wilbert, Martin Martens, coach Marcel Heene,  Maurice Blommaert, Andre Van Der Aa, Pascal Van Buynder, Martin Rombaut, Rudy Verhaeghen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij was dus op menig vlak inzetbaar, ook op de werf kon hij zich makkelijk aanpassen. 

Maar eerst het begin.

Geboren en getogen in de Watermolenstraat Sint-Niklaas, verliep zijn leven vrij gemoedelijk. Wellicht komt de voetbalmicrobe dan ook van het iets verder gelegen voetbalstadion van ‘De Sportkring’. (Op die plaats is nu het nieuwe zwembad ‘De Watermolen’ met bijhorend park gevestigd.)

Na zijn schooltijd in de Vrij Technische Scholen (de VTS) op het Onze-Lieve-Vrouwplein te Sint-Niklaas ging hij als 18-jarige aan de slag bij FMC in de Breedstraat. Na een korte periode verkaste hij naar de weverij – zoals er toen nog vele waren in Sint-Niklaas –  Van Haute & Duyver in de Regentiestraat. Daar maakte hij kennis met het onderhoudswerk.

 

Het O.L.V. Plein in Sint-Niklaas.

 

 

Begin 20e eeuw, het O.L. V. Plein met uiterst rechts de ingangspoort van de Vak- en Ambachtschool Sint-Antonius. In 1958 samen met het Technisch Instituut voor Breikunde omgevormd tot de VTS.

 

 

 

 

 

De verplichte legerdienst kondigde zich aan en hij trad toe tot de commando’s waarmee hij de rotsen van Marche-les-Dames veroverde. 

Na zijn ontgroening kwam de lokroep van het onbekende en de zee, en Wilbert monsterde aan bij CMB. De lange omvaart leek hem wel iets, al was dat tegen de zin van zijn moeder. ‘Le Président Quartier’ bracht hem naar vooral Afrikaanse landen, waarvan hij zich de geur nog steeds herinnert. Geur of niet, het schip werd verkocht en de werkvoorwaarden aan boord (en financieel) wijzigden. De goesting was over en Wilbert kwam terug naar huis, tot groot genoegen van mama. Als overgangsperiode, en om wat geld te verdienen, werkte hij korte tijd bij groentegroothandel Lamot op Vijfstraten. 

In diezelfde straat heeft Wilbert samen met zijn echtgenote Sonja vele jaren gewoond. Sonja baatte er een kapperssalon uit en zijn drie kinderen werden er geboren. 

Zijn Boelwerf-loopbaan nam een start, de afdeling ‘paswerkers aan boord’ werd zijn stek. Fons De Bruyne was nog meestergast, Speleman was brigadier en verder maakte hij kennis met Eddy Riské (onlangs overleden en niet te verwarren met zijn naamgenoot die in de onderhoud was tewerkgesteld) en Alfons Bockland, toen brigadier automatisatie. Louis Huyben was indertijd de meestergast van de ‘kotteraars’, een aparte stiel binnen de paswerkersafdeling.

Begin jaren zeventig heb ik, Hugo, enkele weken als helper bij hem ‘gestaan’, zoals dat in het jargon luidde. We hebben vele jaren, mijn Sint-Niklase periode, samen opgereden naar het werk, ik was toen namelijk woonachtig in de Breedstraat.

 

De machinekamer van een schip.

 

 

 Het lawaai in de machinekamer van een schip in bedrijf is ‘oorverdovend’. Vandaar het intiem gesprek van Wilbert met een collega.

 

 

 

 

 

 

 

Eind jaren zeventig had Wilbert al vele watertjes doorzwommen en veel ervaring opgedaan zowel op aanbouw als afbouw en soms al eens bij een andere afdeling. De vele proefreizen en testen van allerlei apparatuur hadden hem de nodige skills bijgebracht. Bovendien was hij een positief man die goed overweg kon met collega’s en oversten.Bij het werk op en in de Methania werd hij bevorderd tot ‘brigadier paswerkers’ en heeft hij dus nog meegewerkt aan het laatste stoomschip ooit op de werf gebouwd. 

Met Chris Vermeiren

Met Walter Bogaert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de tweede helft van de jaren 1980 vonden nogal wat herstructureringen plaats binnen het bedrijf. Veel ervaring ging weg over heel de werf en dus ook in de onderhoud. Zodoende kwamen er plaatsen vrij en Wilbert werd er ‘brigadier buizerij’. Een oude bekende in zijn dienst was Roger De Pauw. 

Ook in ‘den onderhoud’ was hij van vele markten thuis. Zo heb ik hem nog eens gehad als ‘baas’ bij grote herstelwerkzaamheden boven op een PHB-kraan.  

Zijn jongste zoon, Didier, was ook korte tijd werkzaam op de werf. Als monteerder aan boord bij brigadier Roger Vermeulen, had hij als maten Dirk Van Meel en Gino Suy. Begonnen in 1991 eindigde zijn Boelwerf-carrière abrupt bij het faillissement in 1992.

Het einde van de werf was ook het einde van zijn arbeidsleven maar niet van zijn actieve bezig zijn.

 

Opgetekend door Hugo Van Britsom

Met dank aan Wilbert
Foto’s: Wilbert Van Broek 
Foto  Zenobe Gramme: Op Stoapel
Met dank aan Marc Hauman voor het nalezen.

 

 

Nawoord

 

Zenobe Gramme.

 

 Tijdens de periode dat we samenwerkten, Wilbert en ondergetekende, hadden we ook een opdracht op de 

A 958 ofte de Zenobe Gramme. 

Een van de taken was het oude vet en vuil uit de schroefaskoker te verwijderen en te vervangen door nieuw en beter vet. Op dek stond een drum van 200 liter vet dat via een luchtpomp naar die koker werd geperst. Toenmalig Chef Fons De Bruyne kwam zo tegen vier uur aan boord, op de reparatiehelling: ”Hoe ver staat het? Hoe lang gaat dat nog duren?” 

Afijn, op die vragen kon niet zomaar geantwoord worden. “Goed,” zei de Fons, “ik kom straks terug en dan zie ik wel”. Vlug even de koker opgemeten, de pompslagen geteld en de hoeveelheid vet die elke slag opleverde, en een kleine berekening gemaakt. We kwamen tot de slotsom dat het minstens nog 8 uur zou duren alvorens die koker gevuld zou zijn.

“Bon,” dachten we, “morgen een rustige dag op de Zenobe.”

Dat was echter buiten de Fons gerekend. Hij keek eens naar mij en vroeg of we zeker waren. Toen de bevestiging kwam vroeg hij Wilbert of hij wou overwerken tot de koker vol zat. En ik, ik mocht meteen naar huis. 

De volgende morgen bleek Wilbert inderdaad tot middernacht aan boord te zijn geweest. Gelukkig was de keuken aan boord actief.

En verder kan ik nog melden dat mijn ‘pillicht’ (zaklamp) wellicht nog steeds in de ‘billetjes’ (lees: ‘bieltjes’) ligt.

 



Copyright Op Stoapel VZW   |   site by WebXclusive®, digital marketing agency

Facebook Iconfacebook like button