Wie leverde de bouten en moeren op de werf?

Jarenlang werden de bouten en moeren geleverd door het Huis Maes. In mijn jeugdjaren waren er, zover ik me herinner, drie ijzerwinkels in Temse: vooraan in de Oeverstraat, iets verder in de Paterstraat en een derde in de August Wautersstraat. Die in de Oever- en Paterstraat stalden regelmatig hun waren op straat ten toon. De Algemene IJzerhandel A.Maes-Blanckaert in de August Wautersstraat herinner ik me nog levendig. Die heb ik nog gekend met de kleine vitrientjes. Later is de winkel, onder de opvolger Cockelberg, verdrievoudigd in oppervlakte. 

Ik herinner me vooral Maes-Blanckaert omdat er een dame achter de toog stond. Wist ik veel dat dames wel iets van techniek afwisten. Hier kon je terecht voor onnoemelijk veel verschillende materialen, in verschillende afmetingen en maten, zelfs in duimen. De nagels werden per kilo verkocht, de vijzen soms per stuk.
Die Maes was de zoon van Jean Baptiste Maes. Die laatste heeft tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 de scheepswerf geleid.

Op 4 augustus 1914 vallen de Duitsers België binnen. 
De oorlog is niet langer een dreiging. Vele notabelen en industriëlen zijn dan al uitgeweken naar Nederland (of Engeland) dat niet in de oorlog betrokken is. Vooraleer op de trein te stappen hebben Cesar en Frans Boel de leiding van de werf overgedragen aan Jean Maes. Jean was de eerste nauwe medewerker van de familie Boel en bureeloverste. 
De mensen waren in de overtuiging dat de oorlog maar een korte periode zou duren, zo tegen eind september zouden de meeste vluchtelingen alweer naar huis terugkeren of zeker tegen het eind van het jaar. 
Weer thuis als de bladeren vallen en Back home before Christmas (Weer thuis voor Kerstmis), waren veelgehoorde slagzinnen.
Het draaide even anders uit. 

Vlnr: Jean Maes, Achiel Heyman, Pieters en Nonneman. Foto archief Op Stoapel.

Maar de zaak moest blijven draaien. En Jean Maes, toen 28 jaar oud, kweet zich uitstekend van zijn taak. Om aan voldoende materiaal te geraken richtte hij zijn eigen zaak op. Hij stichtte IJzerhandel Jean Maes-De Mayer en vestigde zich in de Oeverstraat 26, schuin over de Paterstraat. Het was eigenlijk zijn echtgenote, Celina De Mayer die de zaak leidde. Ook voor zijn eigen zaak had hij ijzerwaren nodig. Door de oorlog was Duitsland de leverancier van de meeste goederen, zeker wat metaalwaren betrof. 
Jean had ook bewegingsruimte nodig om zaken te kunnen doen. Hij verkreeg van de Duitse militaire overheid de toelating om in het Waasland te mogen rondreizen. Verder verzorgde hij het contact met de familie Boel via briefwisseling die, via een bepaald systeem, vanuit Nederland bij zijn vrouw in de Oeverstraat terecht kwamen. 

Op de foto, rechts, is Jean herkenbaar in het groepje van acht personen, links op de foto. Hij staat meest links, met bolhoed.
Foto’s genomen op 9 juni 1926 tijdens het bezoek van koning Albert I en koningin Elisabeth bij de doop van de Belgique, het hospitaalschip gebouwd in opdracht van het Ministerie van Koloniale Zaken. Ze is een van de vele boten die in onderdelen naar Belgisch Congo werden verscheept. Het bouwnummer 501 werd vanuit de Antwerpse haven naar Matadi verscheept op 12 december 1926. 

De plaatselijke krant GAZETTE van TEMSCHE en OMLIGGENDE plaatste er een uitgebreid verslag van. 

Door zijn contacten in zowel België als Duitsland bekwam Jean het vertrouwen van heel wat klanten. Langdurige en exclusieve contracten werden opgesteld om zeker te zijn van voldoende leveringen, niet alleen voor de werf maar ook voor klanten uit het Waasland en omliggende. 
Hierdoor verkreeg IJzerhandel Maes – De Mayer een zeker monopolie om bouten en moeren te leveren aan de werf Joseph Boel en Zonen, later Scheepsbouwwerven Jos. Boel & Zonen nv.
Deze overeenkomst liep tot 1954. 
Hoewel Jean Baptiste Maes al op de leeftijd van 48 jaar overleed bleef het contract binnen de familie. Zijn zoon, August, heeft de zaak verder gezet in de August Wautersstraat. Zijn dochter Hedwige behield samen met moeder Celina de winkel in de Oeverstraat.

Helemaal achteraan op de foto is links in de Oeverstraat een stukje van de winkel in ijzerwaren te zien. Jean wandelt hier voorbij de Rijkswacht kazerne de Kamiel Wauterstraat in.

 

 Jean Baptiste Maes was de zoon van Augustinus en Clementina Marin en werd op 23 juni 1886 geboren te Temse en overleed er op 28 oktober 1934.

Hij was een stille ernstige man en liep in zijn jeugd school aan het St-Willebrordinstituut in de Akkerstraat. Zijn middelbare studies werden als primus perpetuus voltooid aan het Scheppers instituut te Mechelen, ook bekend als de Melaan. Ook in de kunst vervolmaakte hij zich in de plaatselijke academie, waar hij verschillende prijzen won.
Uit zijn huwelijk met Maria Celina De Mayer kwamen vier kinderen: Maria, Hedwige Francisca Ludovica, August Petrus Gerardus Irma en Fernanda Catharina Arthur Amelberga. 
De derde in de rij werd later Burgemeester van Temse (1954-1982) en zette zijn vaders zaak in IJzerwaren verder. En dus ook dat contract. 
Zoals dat in die tijd ging kregen erfgenamen van het mannelijk geslacht ietsje meer.

Om nog even bij de Boelwerf te blijven, een zoon uit het huwelijk van Fernanda Maes en Achiel Hemelaer heeft als landmeter in 1973 de coördinaten uitgezet van het nieuw te bouwen dok. Enkele jaren nadien heeft Ludo Hemelaer, voor de firma Aero Survey, nog de uitlijning gerealiseerd van de ruimen van de Methania en de Ortelius. Deze werken werden uitgevoerd op zaterdag. De reden is eenvoudig, er mochten geen trillingen zijn om de laser toestellen correct te laten werken.

Die Achiel Hemelaer was meubelmaker en had als specialiteit het vervaardigen van kamers op maat, meer specifiek het maken van interieurs op schepen. De rivierschepen, in het interbellum voornamelijk spitsen, hadden een leefruimte achteraan het schip voor de familie en een ruimte in de boeg voor de matroos. Omdat die ruimten niet mooi rechthoekig waren, moesten daar op maat gemaakte bedden en kasten voor worden ontworpen. Het meubelbedrijf Achiel Hemelaer heeft jarenlang deze kamers geplaatst op verschillende scheepswerven en uiteraard op Boel.
Ook de matrassen van die bedden werden op maat gemaakt. Ook hiervoor had Achiel Hemelaer een ‘thuis’ oplossing gevonden. In die periode werd schuimrubber uit Eeklo op de markt gebracht. Dit schuimrubber kon men aanpassen aan de vorm van de boot, wat resulteerde in minder knip en naaiwerk. 
Ludo, de kleinzoon van Jean, is de eerste persoon die ten tijde van het faillissement van de Boelwerf op de gemeenteraad het idee naar voor heeft gebracht om tenminste een kraan te behouden als permanente herinnering aan het scheepsbouw verleden van de gemeente. 
Nu, dertig jaar later, is het behoud van kraan A27 een feit en is het restauratiedossier opgemaakt. De werken starten nog dit jaar.

 

Opgetekend door Hugo Van Britsom te Temse 5 maart 2024
Met dank aan Ludo Hemelaer en Hedwige Maes
Dank aan Marc Hauman voor het nalezen.

____________

Nota door de opsteller :

  • Achiel Heyman stichtte in 1928 met enkele werknemers van de Boelwerf, de NV De Durme, scheepswerf in Tielrode, waar hij tussen 1947 en 1970 burgemeester was.
  • Bij het bezoek van Albert I en Koningin Elisabeth aan Temse was Albert Wilford burgemeester. Het koningspaar trok van Temse naar de Heirstraat in Bazel om daar het echtpaar Jan Van hul-De Ben te bezoeken. Het gezin telde 20 kinderen, nummer 21 was op komst.
  • August Maes was burgemeester van Temse van 1955 tot 1982
  • De Gazette van Temsche en Omliggende werd uitgegeven door Jos. Schuerman, drukker-uitgever, tussen 1879 en 1944. Hij was de vader van Fernand die schepen was in Temse van 1955 tot 1976.

 



Copyright Op Stoapel VZW   |   site by WebXclusive®, digital marketing agency

Facebook Iconfacebook like button