Erik zit veelal onder water.

 Erik De Meester is een rasechte Temsenaar. Weliswaar bracht hij zijn prille jeugd door  in Zelzate.  Zijn geboortejaar, 1945, verklaart waarom. Zijn ouders dachten dat het veiliger was, weg van het Waasland, waar regelmatig vliegende bommen de bevolking teisterden.

Bij zijn geboorte verbleven zijn ouders in een woning op de Kleine Heide (lees: ‘Klaanaai’), de huidige Eekhoutdriesstraat, maar trokken daarna (terug) naar Zelzate. Een zevental jaren later vestigde de familie De Meester zich definitief in Temse. Zijn vader, Karel, toog aan het werk op de Scheepswerf als ‘magazijnier buizerij’.

Na zijn schooltijd werkte Erik een kleine twee jaar op ‘Sint-Pieter’ (‘SintePieter’ op z’n Temses), de scheepswerf in Hemiksem. 

Mijnenveger M.926

 

 In de jaren ‘62-‘63 volbracht hij zijn legerdienst bij de Zeemacht op een van de mijnenvegers, de Mechelen om precies te zijn. 

 

 

 

(Bouwnummer 1307, M.926 was de eerste van een reeks van vier mijnenvegers. Deze werd opgeleverd in 1954. De anderen, opgeleverd in 1955, waren M.927 Spa, M.928 Stavelot en M.929 Heist)

 

 

 

Op de Mechelen verbleef Erik vele maanden voor een opdracht in de Middellandse Zee, dit in samenwerking met kapitein Jacques-Yves Cousteau.  (Commandant Cousteau kocht in 1950 zijn beroemde schip, de Calypso, waarmee hij menig film en boek over de onderwaterwereld maakte.) 
Daar heeft hij de ‘duikmicrobe’ te pakken gekregen. Een lid van de Calypso-bemanning heeft hem de technieken bijgebracht. Tevens heeft hij er ook zijn kennis van de Franse taal, zeker in het duikjargon, bijgespijkerd, wat later zeker in zijn voordeel heeft uitgepakt.

John Denver componeerde in 1975 een lied over de Calypso en het werk van Cousteau.

Na de afzwaai begon Erik zijn Boelwerf-carrière, als ‘leerling’ bij de ‘buizerij/paswerkerij’ aan boord. Een naam die hij zich nog steeds goed herinnert is zijn eerste brigadier, Willy Pattyn, uit Tielrode.
Andere nog bekenden zijn Roger Van Landeghem, René Colman, Roger De Buyser en Charel Groenwals.

Toen er te weinig werk was aan boord werd Erik naar de ‘afbraak’ gestuurd. 

De meestergast aldaar was Henri Spildooren. Die vroeg op een  bepaalde dag dat iedereen op tijd op de job zou staan, want er kwam een schip binnen. 
Na het aanmeren van een ‘afbraakschip’ moesten de sloepen, ankers en ankerkettingen zo vlug mogelijk aan de wal worden gebracht. Dit bracht direct zaad in het bakje, vandaar. 
Het lot wil nu dat bij de verhandeling van een anker, met bijhorende ketting, alles pardoes in het water viel. No money! Wat nu gedaan?

Erik, met zijn duikervaring wist raad. Hij stelde dit voor aan ‘Rie’ die meteen naar Jean Van Biesebroek ging om zijn fiat te vragen. En Erik moest dan op zijn beurt aan Jean uit leggen hoe hij dat zou oplossen. Iedereen akkoord, het werkje zou op zaterdag opgeknapt worden. 
En inderdaad, duiker Erik vond al vlug ketting en anker. Met een strop en met kraan A14, een Hensen-kraan, werd het zaakje op de kraanbaan gehesen. Laat in de middag was het varkentje gewassen en toog Erik naar de ‘Cresendo’ alwaar Jean aan de kaarttafel zat. Opgelucht en content over de geslaagde actie kreeg Erik een zakcent toegestopt. 
De maandag erop werd hij opnieuw op het bureel gesommeerd, na de werkuren wel te verstaan. Daar kreeg hij van JvB te horen dat hij altijd paraat moest staan als duiker. Hiervoor zou JvB hem een andere job bezorgen, wat het ‘methodebureel’ werd, gelegen in de oude burelen op het einde van de gang. Zodoende werd Erik ook bediende, op vrij jonge leeftijd. En opdat hij steeds bereikbaar zou zijn, kreeg hij een semafoor mee.

Marmergroeve van Vodelée

 

 

Voor het behalen van de duikbrevetten ging Erik regelmatig met de Temse Watersport Vereniging naar Carry-Le-Rouet en Cassis, in het zuiden van Frankrijk aan de Middellandse Zee waar hij het duikvirus had opgelopen.

Ook gingen er regelmatig oefeningen door in België, vooral dan in de oude marmergroeve van Vodelée, die tot 40m diep is. Ook in de winter ging men er oefenen maar moest er eerst een gat in het ijs gemaakt worden.

 

 

 

 

Naderhand werd de duikploeg uitgebreid met Holger Herman Smet, Albert Goeman, William Van Mele, Mark Resseler, Armand Brouwers en Eddy Smet.

Duikchef Erik, links, klaar voor de duik.

Erik met Armand Brouwers en een schipper uit Hoboken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Boelwerfdok

 

 Bij het uitdokken van de Methania was hij er ook bij. De duikers moesten controleren of alle kielblokken nog op hun plaats stonden en de onderkant van het schip volledig vrij was. Bij het terug sluiten was hun opdracht dan weer om te zien dat de bedding, waarin de deur komt te rusten, volledig vrij was van obstakels. 

Dat ‘zien’ bestond erin om de bodem af te ‘tasten’. Het probleem is de juiste positie te bepalen. Hiervoor kregen de duikers een tekening met daarop de afstanden. Door een gewicht te laten zakken op een bepaalde plaats kon de duiker zijn plaats bepalen vanaf dat ijkpunt. Zo had men een idee waar men moest ‘tasten’.

De Methania was het eerste schip dat het dok verliet. En zoals steeds, alles moet geleerd worden. Na het sluiten van de dokdeur gaf de leidinggevende het bevel om de drie lenspompen tegelijkertijd te starten. Het gevolg was dat men van Temse tot in Hamme zonder elektriciteit zat. Dit is maar één maal voorgevallen!

 

Bij het afscheid van het laatste schip, de Navigator op 19 december 1996, was Erik de laatste keer als duiker aan het werk. 

Een jammer voorval herinnert Erik zich nog bijzonder goed. Bij het proefdraaien op stroom van de Stolt Castle (Bwnr. 1453) op woensdag 1 juli 1970, viel door de beweging van het schip, de gangway in het water. Een drietal personen bevonden zich hierop en donderden naar beneden. Voor twee werknemers liep het noodlottig af. Ondanks de zoekactie van de werfduikers konden de ongelukkigen niet worden gevonden. Pas op 5 juli gaf de Schelde Gabriel Van Remoortere en Sylvain Verstraeten terug. Voor laatstgenoemde was het zijn eerste werkdag als brigadier ‘paswerkers aan boord’.

Een gunstig gevolg hiervan was dat het duikteam een eigen stek kreeg in de kleedruimte, onder de oude burelen, om hun materiaal deftig te kunnen opbergen en onderhouden. 

Het materieel van de duikers was privé. Voor elke duik kregen ze een vergoeding of mochten ze verleturen nemen. En een bijzonder privilege was dat ze een fles warm makende vloeistof in hun kast mochten stockeren. (Dit was bedoeld om voor een duik te relaxen.)

Erik werd indertijd op het methodebureel gemuteerd door Jean van Biesebroek. En omdat hij had verklaard geen zittend gat te hebben was het zijn job de ‘staat van het roest’ op te meten. Dit betekende dat hij regelmatig op stap ging om bepaalde delen van een sectie, het dek of machinekamer van de schepen te bekijken en het oppervlakteroest in kaart te brengen. Het resultaat van zijn opmetingen werd dan vertaald naar een aantal werkuren die konden geregistreerd worden.  

Hierdoor werkte hij dus regelmatig samen met o.a. de firma Muehlhan, die veelal met Grieken werkte. Een mooi woordje Grieks kon hij indertijd meepraten. (Santé met één persoon is Yamas, Yassou betekent hetzelfde maar met meerdere personen)

Een andere ‘vrijwillige taak’ op de werf was brandweerman. Om zowel zijn duikactiviteit als zijn brandweertaken uit te voeren had hij een rode werffiets met het nummer 5.

Oefening aan het dok. De ‘Big Job’, afkomstig van de gemeentelijke brandweer.

Erik staat 6de van rechts.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na het faillissement van de werf heeft Erik nog eens geïnformeerd om als duiker aan de slag te gaan. Hij kon zowel bij Dredging als De Nul (Vlaamse Baggeraars) onmiddellijk aan de slag, afwisselend enkele maanden werken en thuis voor hetzelfde loon als op Boel. Tot bleek dat hij op de Boelwerf had gewerkt. Als bediende bezat hij het statuut van ‘bruggepensioneerde’ , en dit tot zijn 65 jaar, wat moeilijk verenigbaar was. 

Vanaf dan heeft hij niet meer onder water gezeten. Hij werd havenmeester te Rupelmonde en Steendorp tot hij op zijn 75e met ‘pensioen’ is gegaan.

Over geen zittend gat nog dit: als er iemand naar Erik vroeg was het antwoord steevast: 

“Die zal onder water zitten zeker.”

Foto: Jimmy Hemelaer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met dank aan Erik

Opgesteld door Hugo Van Britsom

Foto’s: Erik De Meester, uitgezonderd de foto van de Boelwerf: Jimmy Hemelaer
Met dank aan Marc Hauman voor het nalezen.

 

Leden brandweer boelwerf ( momentopname )

1 Marcel De Mayer

2 Dionysius Van Hemelryck

3 Raoul Engels

4 Willy Rodrigus

5 Roger Vermeulen

6 Erik De Meester

7 Aimé Van De Velde

8 Willy De Groep

9 Sander Smet

10 Michel Vaerendonk

11 Pierre De Keersmaecker

12 Van Remoortelen

13 Marcel Van Landeghem

14 Willy Bolsens

15 Kapitein Roels

16 Pierre Van Der Borght

17 Raoul Derkinderen

 

 



Copyright Op Stoapel VZW   |   site by WebXclusive®, digital marketing agency

Facebook Iconfacebook like button