HUMOR op de WERF
Dertiger jaren
G
rote baas Frans Boel kon niet verdragen dat er iets lag te slingeren op de werf.
Iedereen wist dat en het onvermijdelijke zou op een dag eens gebeuren. Over een redelijk stuk ijzer had men, naargelang de verteller, een hoed of een kartonnen doos gezet.
De Frans nam met zijn 44 een forse trap.
Bingo!
Al jodelend, of was het meer vloekend, deed de grote baas een rondedansje. Pikkelend kwam zijn rondgang van die dag vroegtijdig ten einde. Hij zou toen hebben gezworen dat hij de dader zou vinden en hem buiten trappen.
Een C4 bestond toen nog niet.
Z
ekere dag op zijn ronde zag en hoorde hij een schilder al zingende aan het werk. De muzikale werkman vertolkte een ‘walske’ onderwijl rustig de verf verdelend over het oppervlak.
Mijnheer Frans vroeg of hij ook kon zingen van ‘Vivan bomma, patatten met saucissen’. De borstel ging dan sneller over en weer!
F
rans Boel zat wel degelijk in met zijn personeel, vooral als die een leidinggevende functie hadden en bijzonder veel ervaring. Zo iemand was de Zwarte Louis (Louis Jansegers woonachtig in de Schoolstraat). Louis had een maagbloeding gekregen en zat dus thuis.
Om zijn rust te optimaliseren had Frans opdracht gegeven om stro en/of zand voor zijn woonst en in de omgeving over de straatstenen te verspreiden. Dit zou het geluid van het hoefgetrappel en de dokkerende karren temperen en zo Louis zijn herstel bespoedigen.
B
ij slecht weer was het gebruikelijk om de arbeiders naar huis te sturen. De uren zouden ingehaald worden op latere dagen, bijvoorbeeld op zaterdag en/of door langere dagen te maken.
Het gebeurde dus dat er op zo een regendag bepaalde ploegen naar huis moesten.
Aan de poort vroeg hij aan zo een man wat hij ging doen.
Heu, wel naar huis hé.
Hoe naar huis? VOORUIT! Terug aan ’t werk.
Rookverbod
I
n de jaren dat de Frans De Patron was gold een totaal rookverbod op het bedrijf.
Dit was natuurlijk niet ingegeven omwille van de gezondheid van de medewerkers. Pakjes sigaretten waren te duur en de werknemers rolden hun sjekkies of sjiekten op tabak. En dat rollen koste enige tijd, meermaals per dag.
Op zijn dagelijkse ronde zag de Frans rook kringelen boven een deurke van een toilet.
In die dagen kon men hurken op een Franse WC arduin. De nissen waren afgesloten met klapdeurtjes en het was dus duidelijk welke er bezet was.
De Frans stapt het lokaaltje binnen en trok de betreffende deurtjes open.
– De ‘Kakker’ kon nog juist op tijd die sigaret laten verdwijnen om dan al stotterend ‘dag mijnheer Frans’ te zeggen. –
Die was helemaal niet aangedaan maar riep de man toe:
Ge ziet niet rood,
Ge zijt niet aan ’t schijten!
(branden kon wel, roken niet!)
Dat rookverbod gold dus ook aan boord.
Maar zoals altijd vond men wel oplossingen om dat verbod te omzeilen.
I
n die tijd stond de hoofdmotor nog in het midden van het schip. Een lange schroefas liep onder de ruimen door. En in die ruimte, Den Tunnel, kon men dus makkelijk een sigaretje roken.
En om zeker te spelen moest de jongste van de ploeg op de uitkijk staan. 
Zo ook een jonge Lucien Van Bunderen. Goed om weten, dit is de zoon van de Baas Van Bunderen alias De Lange.
Bepaald moment was Lucien dus op zijn qui-vive en roept dat De Lange op komst is. Lucien was echter vergeten dat door die tunnel het geluid nogal ver draagt en de woorden ‘De Lange’ ook buiten die tunnelgang hoorbaar was.
Een flinke muilpeer van zijn vader was het gevolg.
Poetslappen
In dit geval gaat het over beiden, poetslappen en poets lappen.
O
p de werf werden veel ‘vodden’ gebruikt om te reinigen. Vooral de paswerkers (de genaamde mazoutvodden) hadden nogal nood aan poetslappen om de motor te reinigen. De onderdelen hiervan waren voor het transport naar de werf meestal vernist, al of niet met een rood kleurtje. En dat moest dan weer verwijderd worden, afgewassen met mazout.
Net precies voor dat doel werd er onderscheid gemaakt tussen gewone vodden en echt propere vodden. Die laatste waren van fijnere stoffen die geen ‘poezen’ afgaven bij gebruik. Die zijn natuurlijk duurder en dus specifiek voor bepaalde opdrachten bedoeld.
Die fijnere poetslappen bevatten regelmatig ook ondergoed. Zo kon men wel eens op een damesslipje stoten.
Een van de ‘vinders’ vond er niks beter op dan zo een vondst in de ‘karnasjeir’ van een collega te stoppen.
Die komt s ’avonds niks vermoedend thuis en deponeert zijn boekentas in de keuken. Zijn echtgenote ontdekt uiteraard het damesondergoed.
De volgende maandag is die man na het werk een pintje gaan drinken, hij stond het weekend droog. Maar bovenal had hij niet kunnen deelnemen aan de boogschieting.
Nog in de stoffenafdeling
O
p de eerste werkdag ging het eerst naar het centraal magazijn om je gereedschap op te halen en naar het kledingmagazijn voor je werkkledij..
Dat werkpak was steevast twee maten te groot en hinderde nogal bij de bewegingen.
De uitleg was vrij simpel: twee keer wassen en dan past dat wel.
1 april
De hulp magazijnier moest een boor gaan halen om een vierkant gat te boren.
Van het centraal magazijn, dat die niet in voorraad had, ging het naar de paswerkerij. Daar was de boor ‘just nodig’ en stuurde men de man naar de buizerij.
Helaas, driewerf helaas, daar was de boor toch wel stuk geraakt zeker.
Niet getreurd, bij August Maes in de August Wautersstraat zou men hem wel kunnen helpen. Maar buiten de werf gaan was niet zomaar toegelaten en dus toog de brave man terug naar zijn meestergast.
Verdorie, we hebben ze nodig. Dus werd een bon uitgeschreven die de magazijnier moest laten tekenen op ‘den bureau’.
Daar vond men het welletjes en besliste men de man in te lichten.
Goede Vrijdag viel in 1988 op 1 april.
Moest het toch wel lukken dat er op die dag paaseieren werden verdeeld in den Esch.
Enige voorwaarde, de eieren konden enkel in een klein rieten mandje worden gelegd.
Verbazend hoe veel kleine mandjes er op de werf waren.
Nieuweling
De Ateliers onderhoud waren gehuisvest in de oude spinnerijen van het Groot Fabriek van Van de Schueren, toenmalig opgericht achter den dijk en dus lager dan de werf, waarvan de werkplaatsen toen al op dijkhoogte lagen.
Een jonge medewerker, veertien dagen in dienst, kwam de berm af naar de onderhoud. De man die hem de truken van de foor moest leren was erbij. Achter hun kwam ook meestergast Fons De Bruyn naar beneden.
Aan de deur gekomen zei ons jonkie, op aanraden van zijn leermeester: en de laatste doet de deur dicht.
Die leermeester dook onmiddellijk achter het schutsel en plooide zich dubbel om zijn lach in te houden.
Als er een nieuwe jonge gast toekwam in de onderhoud kreeg die al eens de opdracht de wielen van de Kamag op te pompen. Hiervoor kreeg hij een fietspomp mee.
(De kamag was een rijdend hefplatform dat 200 ton kon tillen en was uitgerust met een hydraulisch systeem voor heffen en rijden. Voor dat rijden stonden er 56 wielen met luchtbanden onder gemonteerd.)
Fiets
De werkdag loopt ten einde en onderhoud mensen van de kraanploeg zijn bezig op de PHB kraan hun materiaal te ‘rammaseren’. De brigadier komt nog eens langs om te kijken hoe ver het werk gevorderd is.
Via de radio was zijn komst al aangekondigd en was er vlug overeen gekomen met de andere ploeg om zijn fiets aan de haak van een aanpalende hijskraan te hangen.
Eens de man is bovengekomen kijken we nog eens uit over de werf en hé, kijk daar! Een fiets in de hijshaak. De eigenaar zal seffens ook gelukkig zijn hé. Dixit de brigadier.
Jaja.
Beneden was hij natuurlijk de laatste en waren allen al riebedie.
Een meestergast uit blok III had natuurlijk ook een fiets waarmee hij vlug over en weer kon. En die man reed steeds met aan hand aan het stuur aan een snelheid waarmee hij juist niet om viel.
Tja, dat vroeg erom en enkele snoodaards hadden er niks beter op gevonden dan een blok hout op zijn traject te leggen. Het gebeurde dus dat hij stil kwam te staan en met zijn ‘geval’ op de fietsbuis belandde.
De hand in zijn broekzak kon hem niet helpen.
Een andere meestergast werd ook eens verrast (of was het een weddenschap?).
In ieder geval, bedoelde persoon reed ook veel met de fiets rond. Op Kraanbaan V, die doodliep op de Kockskraan, zou het gebeuren. De kraanbaan staat daar een heel eind in de Schelde. De nogal nieuwsgierige fietser keek naar alles en iedereen dat geluid maakte. Zo werd zijn naam geroepen en het (on)vermijdelijke gebeurde: hij reed over de sporen en viel hierbij van de baan pardoes in het water. Gelukkig was men er op tijd bij.
De roeper is nooit bekend geworden. Na dit ongeval werd een afsluiting geplaatst.
Warm Weer
Bij warm weer waren waterspelletjes niet uit de lucht. Dat kon van alles zijn, emmers of ballontjes maar met een goede fietspomp kon men al van redelijk ver een collega verfrissen.
Dienst onderhoud op een warme dag bij het einde van het werk. Onze brigadier wordt opgeroepen voor een super dringende opdracht aan het dok.
Wat? Niet precies geweten maar de oproeper leek nogal fel van streek. Dus de goede man komt mee buiten om een auto te nemen. Echter, vanop het plat dak staan enkele snoodaards klaar met emmers water.
Plots viel de brigadier zijne nikkel. Hoe hij de douche ontsprong blijft een klein mirakel. De wagen was tenminste gewassen.
Middagpauze 1968
Om de tijd aangenaam te besteden tijdens de middag pauze werd er veel kaart gespeeld of vogelen piek, hier en daar werd er al eens een partijtje schaak gespeeld.
Maar af en toe, bij Olympische spelen bijvoorbeeld, werd er iets groter georganiseerd.
En een makkelijk te organiseren discipline was het verspringen.
Een meet trekken en met enkele mensen kijken waar de verspringer neerkwam om een tweede lijn zetten.
Stoepkrijt en een lintmeter volstonden om die de 8.90m van Bob Beamon te verbeteren.
Aan kandidaten geen gebrek, men was altijd wel in voor een geintje.
En in tegenstelling tot Mexico was er geen tweede poging of meeting nodig. Al van bij de eerste sprong liep het fout, de atleet kwam verkeerd neer en liep een verstuikte voet op.
Het tornooi kwam vroegtijdig aan zijn eind.
Ook boksen werd er al eens beoefend.
Zeker na een wereldclash tussen onze Jean-Pierre Koopman en de grote Muhammed Ali ofte Cassius Clay (1976 in Puerto Rico) werd er wel eens opgeschept hoe hard men wel kon slaan.
Zo werd er dan wel eens een houten plaatje kapotgeslagen of een tegel of … nog meer dat krom stond na een flinke slag. Maar het moest en zou nog beter worden.
Een kleding kastje, daar sla je toch zo doorheen. Wat dan maar bewezen moest worden hé!
En zo geschiedde, een kast werd tevoorschijn getoverd en onder grote belangstelling werd de show gestart.
Alleen,… alleen wist de krachtpatser van dienst niet dat er een schotje achter het deurtje was geplaatst.
Ja kan het al raden, een langdurige werk ongeschiktheid was het gevolg.
En het kastje ging terug naar zijn plaats, intact.
Het middagmaal kon soms wel eens taai zijn. Soms was het beleg verwisseld door papiertjes met erop geschreven: Salami, Kaas, Hesp.
Poort
Tijdens koude periodes werden de poorten gesloten of soms op een spleet geopend, genoeg om een persoon met of zonder fiets door te laten.
Juist op het moment dat een fietser zou passeren werd er ‘HEY’ geschreeuwd.
Menigeen heeft hier geen tweemaal naar geluisterd.
Werken
In Blok I werden voor een bepaald bouwnummer aluminium platen na het lassen terug recht geklopt. Hiervoor stond er één met een hamer te kloppen terwijl zijne maat stokhouder was.
Een jong ingenieur, die door den blok fietste, zag dit. Hij stopte en vroeg waarom die ene profiteerde van de andere.
De smalle, de brigadier ter plaatse, vroeg hem hoe het dan wel zou moeten.
Volgens de jonge ingenieur was een man toch voldoende!
Ok! Hierop ging de hamer omhoog en sloeg een gat in de plaat.
Ingenieur weg zonder commentaar.
Blok III
In de vroege uurtjes, iets na vijven (de shiften op Boel waren van 5 tot 1 en van 1 tot 9) kwamen er blauwe zwaailichten in Blok III aangereden.
De wetsdienaars vroegen aan de meestergast of de JEF X aanwezig is. Ja die is er.
Jef komt bij de armen der wet.
A: Of hij weet heeft van een vechtpartij op den dijk.
J: Ahja, daar weet ik van. Wel, twee mannen komen op me af en houden me tegen. Eén ervan geeft me slag in het gezicht en pas dan zien ze dat ze de verkeerde vast hebben.
En dan heb ik teruggeslagen hé!
A: Ah, dan is het zelf verdediging.
(De tegenstander had buiten het verlies van enkele tanden ook een kaakbeenbreuk, JEF X was zo krachtig dat hij twee ‘krieken’ omhoog kon houden, elk ongeveer 18kilogram zwaar)
Je job uitvoeren
Het gaat hier over den John Tellefon.
Die had twee, slechts twee ‘tournaviskes’ nodig om zijn job te doen.
De Chef zag den John steeds zonder gereedschap vertrekken naar een opdracht terwijl praktisch iedere onderhoudswerkman met een stoffen zak vertrok met hierin het nodige handgereedschap. (Die zakken werden gemaakt bij Pierre De Bondt, de kleermaker op de werf.)
De Chef gaat naar de meestergast met de vraag wat precies die man doet. En of die geen gereedschap moet dragen.
Bon, de meestergast vraagt aan John of hij ook geen zakje zou kunnen meedragen, kwestie van een goede indruk te geven aan de Chef.
Ok, geen probleem.
De volgende morgen vertrekt John met zo een zakje met daarin ….. een schijf Isomo.
Die John was een zeer opmerkzaam persoon. Zo stelde hij vast dat precies een jaar nadat de poorten op Cockerill waren herschilderd het bedrijf het faillissement aanvroeg. Zo voorspelde hij in 1991 het faillissement van den Boel omdat de poorten van de garages werden herschilderd.
Proberen je job uit te voeren
Als rookie een houten stok aan een poutrelle proberen te lassen.
Niet makkelijk!
Olie (te veel) in een slijptol gieten.
Mist gegarandeerd!
Bij het reviseren van de mobiele toiletten werden de buizen verkeerd aangesloten. Bij de test moest de jongste gaan kijken (toevallig onder de uitlaat) of het vacuümsysteem werkte.
En het werkte, alleen in de omgekeerde richting. Stank voor dank!
Bij het werken in het vals plafond stond de jonge man, zie hierboven, nogal wiebelend op een ladder en tja, die sloeg weg. Er werd met de handen naar steun gegraaid en de helft van het plafond kwam mee …. gevolgd door een waaier aan blote madammen boekskes.
Het aanwezige kuispersoneel, vooral dames, schoten te hulp.
Het was vooral de jongste die een rode kop had.
Als de curator naar de werf belde, tijdens de bezetting, kreeg hij steeds een hijglijn.
Bijnamen
Bij het opmaken van een lijstje met (nog gekende) bijnamen liep het getal boven de honderd.
Hieronder een alfabetische lijst, wie er nog kent en de naam van de persoon in kwestie of een verklaring heeft voor een bijnaam mag dit altijd melden bij Op Stoapel:
|
Op Stoapel vzw Eddy Van Grevelinge (voorzitter) Pieter Dierckxlaan 155, 9140 Temse 0473 47 60 50 | info@opstoapel.org Facebookgroep: Boelwerf – OP SToAPEL |
Hiervoor nog enkele bijnamen die nog niet in de lijst stonden:
John Tellefon, Louis De Spitsmuis, Raoul de Funès, Wardje Tombola….
| Armand de peer | De slinger | Jaak mayonaise | ||
| Berke de pijper | De smalle | Janneke pan | ||
| berke polka, | De Snor | Joske vergif | ||
| Bier, | De splenter | Kleine Leander | ||
| Brigadier dog | de springplank | klein tweeke | ||
| Brigadier Dog | De varkensboer | Louis spitsmuis | ||
| De 900 | de zonnebloem | Lowieke De poeper | ||
| de beirelijr | de zonneblom | Manolito | ||
| de dikke jul | den beenhouwer | Marcel den Bikhamer | ||
| De gluurder | Den beste | Miel mazout | ||
| de grote Caan | Den big John | Miel zomers | ||
| De grote vlag | Den Bingo | Pilatus | ||
| De jachthond | Den Bisschop | Piwi, | ||
| De kat | Den Blackie | Pofferke | ||
| De kleine vlag | Den bleke | polleke cement, | ||
| De kubler | den bomboard, | Polleke unalit | ||
| de lange Frans | Den boxer | Rik de kikker | ||
| de Lange, | den brave vader, | Sjeik van dyck | ||
| de lijkbidder, | Den bremst | sam 1 | ||
| De lou | den broekhoest | sam 2 |
| de Luitenant, | Den dijkgraaf | Tante sydonia | ||
| De minetter | Den Dakota | Tarzan | ||
| De mosselman | Den dikke jef | Theo seks | ||
| De neus | den Doef, | Twee emerkes | ||
| De pamper | den Dolf, | Walrus | ||
| de Peet, | den leugeneir | Wies Catchoe rubberen wies | ||
| De Pijp | Den tamme | Willem De zwijger | ||
| de pikkel | den tist | Wardje tegenslag | ||
| de riedel | den Traait | Willy Copca | ||
| De rosse piet | Den Witte | Zeehond | ||
| De rugwasser | fiere kuiten, | Zorro: | ||
| De shoe | Guido seks | zwarte Jef, | ||
| de showman | het cigaarke, | Zwarte Louis | ||
| De sjeik | Het moorken | Zwarte pier | ||
| De slik | Ivan de Pino | Zwarte September |
Koninklijk
Bij de doop van de ferry Prins Laurent in 1974 kreeg de jonge Prins, zoals alle peters en meters, een cadeau. De koersfiets die hij kreeg viel bijzonder goed in de smaak, zozeer zelfs dat hij alle protocol aan zijn laars lapte en stande pede er vandoor schoot. 
De jonge knaap kende uiteraard de weg niet en fietste kriskras over de werf en doorheen de grote ateliers. De veiligheidsdiensten, en wellicht ook zijn begeleiders, kregen allen een lichte hart aanval. Waar was de jonge prins?
Wel, die stond uit te puffen aan de oude burelen, naast de garages. Laurent sprak een ploeg onderhoudsmensen aan die naar hun atelier liepen. Deze mensen, o.a. Mack Riské, speelde het spelletje direct mee. De Prins vond dat de banden niet hard genoeg stonden. Daarop werd hij meegenomen naar den onderhoud alwaar zijn banden op de juiste spanning werden gebracht.
Een tweede vraag volgde: “Whoare ben ic, ic wiet min weg ni.”
Onder ‘blauwe’ overall begeleiding werd Prins Laurent naar de portiersloge gebracht. Van daaruit werden de veiligheidsdiensten gerustgesteld dat de Prins veilig en wel én met zijn fiets terecht was.
(H)Oorapparaten
Een meestergast ging nogal luid tekeer tegen een werknemer. Deze bleef zelf totaal onaangedaan en erg rustig. Tot ergernis van de meestergast die het aantal decibels nog de hoogte injoeg.
Toen de man dan toch stilviel vroeg de werknemer: En? Uitgeraasd?
Ja!
Ok, dan zet ik mijn hoorapparaat weer aan.
Jong en onervaren
Een jong ingenieur die op bezoek kwam in Blok I plaatste zijn fiets, zoals bijna al zijn voorgangers, altijd op dezelfde plaats, in de nabijheid van werknemer A. Die vond het grappig om die jonge gasten te verassen met een beetje graffiti. Hiermee wordt geen wandtekening bedoeld maar het zwarte vet dat moeilijk verwijderbaar is.
Eens het bezoekje afgerond nam de ingenieur het stuur vast en kwam dan tot de vaststelling dat het nogal vettig aanvoelde.
Toch was er eens eentje die het niet zo goed kon verteren en die naar Alfons Boeykens (productiechef) trok om te reclameren.
Die zijn laconiek antwoord was: je bent niet de eerste en ook niet de laatste.
Spraakgebrek
Een werknemer vraagt aan zijn brigadier om een document op de personeelsdienst te bezorgen.
B: Dat kun je toch zelf doen, na het werk.
W: Als ik dat daar moet uitleggen dan kunnen ze overuren maken.
De dag na een stapelloop werd de eetzaal (Den Esch) eerst gekuist. De dames van de kuisploeg zorgden ervoor dat een deel van de zaal proper was zodat de mannen van de vroege een zitplaats hadden.
Een van de werknemers, de W van hierboven, gaat als eerste binnen en roept klaar en duidelijk: De Dames nodigen uit.
Alle aanwezigen kijken hem verbaast aan.
Amai, en dat heb je in één keer uitgesproken.
W: Ja, daar heb ik dagen op geoefend!
Bijzonderheden
In diezelfde ochtendploeg was werknemer A een man die men makkelijk alles kon ‘wijsmaken’.
Zonder veel woorden was er afgesproken om oud brood mee te geven met B. Die mijnheer B had thuis een Beer en die kon nogal goed eten, vandaar.
Maar dat verhaal was nogal dun en op den duur trad er hevige twijfel op bij A.
En dus werd er een versnelling hoger geschakeld en pretenteerden enkelen dat ze die beer al in levenden lijve hadden gezien.
Als hij zoiets wilde zien moest A maar afspreken bij B. En die afspraak kwam er.
En zo kwam het dat op een zaterdag namiddag een dame ten Huize B de deur opende en naar haar epousse riep dat er iemand kwam kijken naar zijne Beer.
Hierop werd hij door B mee genomen naar zijn oprit die er zijn aalput opende.
Een man komt zich aanmelden bij de portier naar aanleiding van een werkaanbieding “Boelwerf op zoekt kappers/slijpers.”
Hij wordt aangenomen en op zijn eerste werkdag biedt die man zich aan in het centraal magazijn.
M: Wie ben je en wat kom je doen?
X: Ik ben X en kom als kapper werken.
M: OK, en brengt de man een overall, veiligheidsmateriaal enzoverder EN een kapmachine. Dit is nogal groot en vooral zwaar.
X; Trekt een rare blik en vraagt, Wat is dit?
M: Dit is uw werk gereedschap.
X: Weer een rare blik. – Ik heb alles bij antwoord X.
M: En wat is uw gereedschap?
X: Opent zijn tas met daarin enkele kammen, scharen en haarborstels.

Vakbond
Tijdens de bezetting werd door de vakbondsleiding besloten om naar het vredegerecht in Sint-Niklaas te trekken, met de fiets. Dit alles was gecoördineerd door de grote roerganger, René Stroobant met behulp van zijn goede (politieke) vrienden. Verder was er een uitgebreide begeleiding van rijkswachters en BOB’ers.
De stoet werd voorafgegaan door de brandweerwagen Big Job en gevolgd door een mobiele Demag kraan.
Via de Hoogkamerstraat kwam de stoet uit op de Prins Boudewijnlaan en reden de ‘Zwaantjes’ linksaf naar het zwembad. De bestuurder van de Big Job pretenteerde om rechtdoor te rijden via het Brugsken.
De grote roerganger kwam aangevlogen als door een wesp gestoken, klom op de treeplank en stak daar een tirade af die kon tellen. Dat het voor het lachen was kon die man blijkbaar niet kroppen. Na zijn luide betoog dat hij de baas was konden de mensen in de wagen hun lach toch niet meer onderdrukken.
Met een rode kop trapte hij het af.
Zonder verdere verwijten geraakte de kolonne tot voor het stadhuis alwaar enkele speechen werden gehouden. Van de rustpauze werd gebruik gemaakt om de dorstige Big Job van voldoende benzine te voorzien. Voor dit doel stonden er twee Jerry cans in de laadruimte.
Toen de bestuurder een bidon vastnam kreeg hij de vraag wat hij ging doen.
Het antwoord was: Awel, wat vuurwerk en ambiance maken hé.
Onmiddellijk werd de man omringt en tegen de wagen gedrukt door hem onbekenden, leden van de niet alcohol drinkende vereniging.
Na een goede en blijkbaar overtuigende uitleg kon de platgedrukte enige mouvementen maken zodat de benzine in de tank verdween.
De tocht werd verdergezet richting Kazernestraat alwaar het Vredegerecht is gevestigd. Op die korte tocht had het gezelschap in de Big Job een extra passagier. De Hunfred Schoeters, vervangend Burgemeester, had achteraan plaats genomen. De man had zoveel stress dat hij er niet in lukte een sigaretje te rollen. Een van de bezetters nam de taak op zich, inclusief het vloeitje likken, en overhandigde de Burgemeester een goede shag.

That’s All folks
Bijdragen: Eddy Groenwals, Eddy Van Grevelinge, Patrick Maes, Hugo Van Britsom
en alle werknemers van Bernard Boel, Josephus Boel, Gebroeders Boel,
Joseph Boel en Zonen, Scheepswerven Jos. Boel & Zonen, n.v. Boelwerf,
n.v. Scheepswerven, n.v. Boelwerf Vlaanderen
en uiteraard vergeten we onze collega’s van
Cockerill Yards Hoboken niet.
Links :
_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________
TOEMAATJE :
Erfgoeddag op Scheepswerven Baasrode
Op Erfgoeddag aanstaande zondag nemen oud‑scheepsbouwers en een shantykoor je mee op sleeptouw. Met bloemrijke anekdotes en een flinke dosis humor onthullen zij het leven zoals het écht was op en rond een scheepswerf. Verwacht levendige vertellingen, veel sfeer en verrassende inzichten die je nergens anders hoort. Zing mee, klap mee, geniet vanop het terras!
De recent geopende werkplaats is voor de gelegenheid gratis te bezoeken, alsook de motorspits Alyv.
Iedereen welkom van 10u tot 18u.
EN… ter gelegenheid van Erfgoeddag werd op de scheepswerf in Baasrode een filmpje opgenomen. Curieus ? Wel, kijk mee…
Link naar filmpje op facebook: Facebook
______________
______________



