INterview met Hugo maes
Beste lezers, het gezegde uit de titel is .. euh een waarheid als een koe.
Een klein beetje geschiedenis:
Van ARAB naar Codex
Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) werd goedgekeurd in de jaren 1946-1947. Op dat moment had het reglement tot doel alle reglementaire en algemene bepalingen betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, in één enkele tekst bijeen te brengen en te coördineren. In de loop van zijn 50-jarig bestaan is het ARAB onder invloed van allerhande factoren herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd. Onder deze factoren kunnen onder meer vernoemd worden: de evolutie van de Europese wetgeving, de technologische evolutie, de staatshervorming en een groeiende aandacht voor psychosociale aspecten bij de arbeid.
Deze korte intro in verband met veiligheid op het werk om het volgende relaas te kunnen plaatsen.
François Maes was paswerker aan boord op de werf toen het noodlot toesloeg begin december 1963. Het ongeval dat hem trof gebeurde in de machinekamer van een in afbouw zijnde schip alwaar hij aan het werk was in de buurt van de torn machine.
Aan boord van zeeschepen heb je een tornmachine (Engels: turning gear). Daarmee wordt een grote motor met behulp van een elektromotor langzaam rond gedraaid. Deze machine is onmisbaar bij werken aan de motor zoals het monteren van onderdelen binnenin de motor, inspectie van lagers en kettingen etc. Bij kleinere motoren en andere werktuigen gebruikt men ook het woord tornen (ronddraaien) zonder dat er een machine bij betrokken is. Gaten in de omtrek van het vliegwiel geven gelegenheid om een handspaak (tornijzer) in te steken en deze aldus als hefboom te gebruiken om de machine met de hand te draaien(tornen). Ook bij een elektromotor is een handmatige bediening voorzien.
Het is juist die sleutel/hefboom, voorzien om bij stroompanne de motor te kunnen tornen, die de oorzaak was van het ongeval. Begin jaren zestig waren de veiligheidsvoorschriften nog niet accuraat uitgewerkt. Meestal werden er mondelinge afspraken gemaakt en werden veiligheidsvoorzieningen maar gedeeltelijk genomen.
Tijdens zijn werkzaamheden in de buurt van die tornmachine heeft er waarschijnlijk toch iemand de motor in gang gezet. Gevolg was dat de ‘nood’sleutel ronddraaide en François vol op het dijbeen trof.
François werd weggeslingerd en bleef roerloos liggen. Bij gesnelde collega’s verwittigden de hulpdiensten die de half verdoofde François evacueerden en met spoed naar de kliniek overbrachten. Gezien de ernst van de verwondingen werd hij doorverwezen naar een kliniek in Brussel (voorgesteld door de ‘assurantie’).
Daar vroegen de dokters zich af of het dijbeen, dat over de gehele lengte middendoor was gesplit, kon worden behouden. Gelukkig stelde een van de professoren voor om de helften samen te brengen. Met een zilveren plaat en bouten werden die dan stevig tegen elkaar gedrukt. Daarna was het afwachten of beide stukken weer aan elkaar zouden groeien.
Een lange revalidatie volgde, François lag van half december 1963 tot half mei 1964 in de kliniek te Brussel. Toen mocht hij naar huis om verder te genezen maar slechts nadat hij vertelde dat zijn vrouw binnenkort zou bevallen.
Dat verder genezen is ten dele gelukt. Hij bleef ongelijk lopen en had veel pijn aan zijn dijbeen. Dat been bleef 5 cm korter waardoor hij aangepast schoeisel moest dragen. De weersomstandigheden speelden hem parten en beïnvloedde soms ook zijn gemoedstoestand.
Codex over het welzijn op het werk
De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, ook de “welzijnswet” genoemd, is de basiswet op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk. Deze wet schept een kader waarin de uitvoeringsbesluiten genomen worden, voor het merendeel gebundeld in de “Codex over het welzijn op het werk”.
Jammer voor François en vele andere werknemers is de evolutie van het welzijn op het werk ook een werk van lange duur, waaraan nog steeds verder wordt gesleuteld.
Beter laat dan nooit.

Deze medewerkers uit de Onderhoud namen al een hele tijd geleden afscheid van de werf. Door allerlei omstandigheden kon hun foto pas nu verschijnen. Het gezegde “beter laat, dan nooit” is hier dus wel heel toepasselijk.
Van links naar rechts: Staf Meersman – lasser, Roger De Pauw – buizenlegger, André Colman – chauffeur bestelwagen, Richard Dhondt – monteerder, Frans Rothier – paswerker, Frans Maes – paswerker, en Marcel Van Der Aa – elektrieker.
(Foto en tekst: De Zaat nr 340 / 8e Jaargang / 5 april 1985)
François Maes staat hier afgebeeld (bovenaan rechts) met zijn onderhoud collega’s bij het afscheid van de Boelwerf in 1985.
Het ongeval had plaats begin december. Mama Alice Van Meervenne bracht met de kinderen Hugo en Magda een bezoekje aan haar schoonzus Christiane en kinderen Anita en Ivan. De neven en nichten waren in de wolken met hun Sinterklaas, die pas was langs geweest.
Telefoon was nog niet algemeen ingeburgerd, bij nood kon men hier en daar wel al eens terecht bij de buren. Het was nonkel Réné, broer van Alice, die het gezin wist te vinden. Bij het zien van nonkel, die op den hof kwam, kon men al vermoeden dat er iets niet pluis was.
Hij bracht de slechte mare van het ongeval en dat François met ‘een kraan’ van boord was gehaald.
Toen François in een Brusselse kliniek herstelde ging Alice hem driemaal per week een bezoek brengen, soms vergezeld van de kinderen.
Hugo ziet nog het beeld van zijn geïmmobiliseerde vader met een spil door zijn knie en een gewicht aan zijn voet om dat been gestrekt te houden. Zo herinnert hij zich ook dat je met de (groene) bus en de tram wel even onderweg was. (De rode bus reed naar Antwerpen.)
Buiten deze ongemakken was er ook het financiële aspect. Daar vader niet kon werken viel het gezin zonder inkomen. De ouders van François hebben toen financieel bijgesprongen om een korte periode te overbruggen. Later heeft de sociale dienst van de werf een voorschot gegeven op wat door de verzekering zou worden betaald.
Met een deel van dit verzekeringsgeld heeft François een stukje grond gekocht, verplicht door de verzekering, waarop hij jarenlang heeft getuinierd.
Hij is terug als paswerker aan de slag gegaan in de onderhoud en dit tot het einde van zijn loopbaan.
Ik heb François goed gekend als collega met een goed gevoel voor humor. Bovenal keek ik naar hem op om zijn stielkennis en gedegen vakmanschap. En hij hielp waar mogelijk, met raad en daad.
Opgetekend door Hugo Van Britsom
Met dank aan Hugo Maes

